Dave en zijn vriendin hebben een dochter. In deze serie neemt hij ons mee in zijn ervaring van de kinderopvang. Vandaag deel 3: de wenperiode.
Eerder lazen we over zijn besluit om voor de kinderopvang te kiezen, en over zijn zoektocht naar een geschikte locatie. Inmiddels zijn we een jaar verder. We zijn heel benieuwd hoe het nu met ze gaat!
Hoe oud was jullie dochter toen ze voor het eerst naar de kinderopvang ging?
Dave: ‘Tien maanden. Ze begon een stuk later dan veel baby’s in onze omgeving. Voor die tijd konden wij het zelf regelen, qua oppas: de oma’s twee dagen, mijn vriendin twee dagen en ik een dag. Hoewel we er sterk in geloven dat de kinderopvang goed is voor een kind, vonden we het voor een jonge baby niet per se nodig. Dus was het tot die tijd prima zo. Inmiddels werkt mijn vriendin weer vier dagen per week, en gaat onze dochter één dag naar de opvang. We waren er nu wel echt helemaal klaar voor, dat was een voordeel. Onze dochter was er ook echt aan toe, voelden we: andere kinderen ontmoeten, andere volwassenen, meer uitdaging. We waren nog wel bang dat één dag misschien te kort was om goed te wennen, omdat er dan steeds een hele week tussen zit. Maar dat bleek ontzettend mee te vallen.’
Neem ons even mee. Hoe begon het allemaal?
‘Het ging echt in stapjes, en alles ging in overleg, dat was erg fijn. Anderhalve week voordat ze zou beginnen, gingen wij als ouders al even langs voor een soort startgesprek met de manager. De rondleiding was alweer vele maanden geleden, dus het was goed om er weer even te zijn.’
Hebben jullie toen ook concrete dingen over jullie dochter besproken?
‘Zeker. Wat ze dronk en at, of ze ergens allergisch voor was, hoe ze sliep, dat soort dingen. En we maakten al een plannetje voor de wenperiode, dat ze eerst een ochtend zou proberen, en daarna steeds iets langer, als het goed ging. Veel hiervan hadden we trouwens ook al ingevuld op een formulier, dus dit was meer een bevestiging. We kregen ook uitleg over hun werkwijze, over de app, over feestdagen die eraan kwamen en wat ze daaraan deden. Wat meer praktische informatie, zoals hoe we haar in slaap brachten, bespraken we later pas met de professionals.’
Hebben jullie de professionals toen ook al ontmoet?
‘Ja, twee van de vier die weleens op die groep werken. Onder wie ook degene die haar mentor zou worden, zoals ze dat noemen. Ze waren heel sympathiek. We konden ze ook al even in actie zien met de kinderen, een jochie rende meteen op een van hen af toen wij binnenkwamen, dat leek me een goed teken. We hadden die groep al gezien tijdens de rondleiding, maar nu we wisten dat onze dochter hier zou komen, was het toch anders. Ik vond het ook wel spannend worden nu, omdat ik ineens besefte dat we hier ons kind gingen brengen. Hoe groot je vertrouwen ook is, dat blijft toch een stap, de eerste keer.’
Wisten jullie voor de wenperiode al ongeveer wat het dagritme ging worden?
‘Slaaptijden en voeding bespraken we uitvoerig. Wij oefenden toen al met vast voedsel, dus ze kon overal aan meedoen. Fruit, brood, avocado, dat soort dingen. Haar slaaptijden varieerden nogal in die tijd, ze was geen makkelijke slaper, dus dat veranderde steeds. Iedere keer dat we haar brachten, gaven we een update. Hoe laat ze wakker was, hoe de nacht was gegaan, hoe laat ze weer naar bed moest. Al snel merkten we dat ze daar sneller moe werd dan thuis – logisch ook, door alle nieuwe indrukken. Dus toen zeiden we tegen de professionals dat zij ook zelf mochten inschatten hoe laat ze naar bed moest. Daar waren ze heel voorzichtig mee, dat vond ik bijzonder, hoezeer ze rekening hielden met onze wensen. Wij zijn vrij makkelijk, wat dat betreft, wij vertrouwen erop dat zij het weten. Maar toch fijn dat het zo in overleg gaat.’
En qua activiteiten?
‘Daar hadden we eigenlijk weinig over gehoord, van tevoren. Maar na elk bezoek staat er een dagverslag in de app, dus daarin kunnen we zien wat ze heeft gedaan. Dat is erg leuk. Dat ze uit zichzelf spullen uit de kast pakte en aan andere kinderen gaf, dat ze met de treinbaan heeft gespeeld, met magneten, met duplo, dat ze ging knutselen met kerst, hoe ze haar verjaardag vierden, dat ze een boekje gingen lezen, een kleurplaat maken, puzzelen, kruipen met gym, vingerverf, echt van alles. En vaak staat er ook bij hoe ze daarop reageert, wat ze makkelijk doet, wat ze spannend vindt, waar ze aandacht voor heeft. En er staan elke keer foto’s op – alleen voor ons te zien, omdat we hebben aangegeven dat we dat prettiger vonden. Die foto’s zijn nog leuker. Het is heel fijn om te zien hoe ze buiten ons om van alles meemaakt, hoe ze met andere kinderen speelt, andere dingen leert, hoe haar wereld steeds groter wordt.’
Hoe ging het de allereerste keer?
‘Ze was eerst erg voorzichtig toen we haar brachten. Daarna begon ze al te kruipen richting een bal. Toen wij vertrokken, was ze op haar gemak. Wij waren zelf juist vrij gespannen, we vreesden voor verlatingsangst omdat ze al wat ouder was, maar dat viel mee. Het voelde goed. Het was ook erg rustig op de groep, er hing een fijne, gemoedelijke sfeer. En even later kregen we via de app te horen dat ze fruit had gegeten, even had gespeeld en alweer sliep. Dat was dan toch een opluchting.’
Hoe was de overdracht toen jullie haar weer ophaalden?
‘Die eerste keer haalden we haar rond de lunch weer op. Ze was erg moe, maar het was goed gegaan, bleek uit het verslag van de professionals. Ze vertelden hoe ze had gereageerd op andere kinderen, dat ze was geschrokken als een andere baby moest huilen, dat ze het niet leuk vond als een professional de kamer uit liep. Maar dat het verder heel goed was gegaan. Daardoor spraken we af dat ze de volgende week iets langer zou blijven. Daarna sliep ze thuis trouwens ook weer gewoon goed, dus ze was niet heel aangedaan ofzo.’
Op welk moment waren jullie alle drie helemaal gewend?
‘Ik denk na een maand. Toen kon ze de hele dag heen, en dat ging goed, ze was dan ook niet meer zo moe als in het begin. En wij waren als ouders ook meer ontspannen. Al zijn er natuurlijk altijd weer nieuwe uitdagingen. Inmiddels is ze bijvoorbeeld vrij eenkennig, waardoor ze even huilt bij het afscheid ’s ochtends. Maar dat is al voorbij zodra we op de gang zijn. En we vertrouwen erop dat het goedkomt, en dat ze daar van alles meemaakt, dat is een fijn idee. Dan kunnen wij gewoon met een gerust hart gaan werken en leert zij van alles bij. En dat staat dan weer allemaal in het dagverslag. Ik kan eigenlijk niet wachten tot ze kan praten, zodat ze ons daar zelf ook over kan vertellen.’