WETENSCHAPPELIJKE BRON
Onderwerp: Betekenisvolle overdracht ouders | Publicatiedatum: 2024

Kern

De Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang meet de kwaliteit van de Nederlandse kinderdagopvang. In dit uitgebreide onderzoek was aandacht voor de dagelijkse overdracht. Er blijkt veel variatie te zijn in de kwaliteit van de overdracht tussen locaties; op sommige plekken worden kinderen en opvoeders niet individueel begroet, op andere plekken zijn er uitgebreide uitwisselingen, met kinderen en opvoeders tijdens het brengen of halen. Sinds de coronapandemie lijkt er herstel te zijn in kwaliteit van de overdracht, naar hetzelfde (middelmatige) niveau van voor de pandemie. Vooral op babygroepen en in de peuteropvang zijn er locaties die net ‘voldoende’ scoren, wat inhoudt dat de meeste kinderen begroet worden (maar niet elk kind en niet uitgebreid) en dat de opvoeders op de groep mogen komen (maar er geen mondelinge overdracht plaatsvindt). In de buitenschoolse opvang is het beeld vergelijkbaar. Dit onderzoek laat zien dat er duidelijk verbeterpunten zijn voor de overdracht in de Nederlandse kinderdagopvang.

De Universiteit Utrecht en Sardes brengt van 2017-2025 jaarlijks de kwaliteit van de Nederlandse kinderopvang in kaart onder de naam Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang (LKK). In dit rapport worden de deelresultaten van de metingen uit 2021-2023 gepresenteerd voor de kwaliteit van de kinderdagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang. In dit uitgebreide onderzoek was ook aandacht voor de dagelijkse overdracht.

Er zijn in totaal 121 kinderopvanglocaties bezocht (waarvan 34 kinderdagopvanglocaties, 32 peuteropvanglocaties en 23 gastouders). De conclusies over de ontwikkeling van de kinderopvangkwaliteit zijn gebaseerd op ruim 4000 live observaties en bijna 3400 kwaliteitsbeoordelingen vanaf video-opnames van meer dan 900 verschillende locaties. 

Er blijkt veel variatie te zijn in de kwaliteit van de overdracht tussen locaties; op sommige plekken worden kinderen en opvoeders niet individueel begroet, op andere plekken zijn er uitgebreide uitwisselingen, met kinderen en opvoeders tijdens het brengen of halen. Sinds de coronapandemie lijkt er herstel te zijn in kwaliteit van de overdracht, naar hetzelfde (middelmatige) niveau van voor de pandemie. Vooral op babygroepen en in de peuteropvang zijn er locaties die net ‘voldoende’ scoren, wat inhoudt dat de meeste kinderen begroet worden (maar niet elk kind en niet uitgebreid) en dat de opvoeders op de groep mogen komen (maar er geen mondelinge overdracht plaatsvindt). In de buitenschoolse opvang is het beeld vergelijkbaar. Dit onderzoek laat zien dat er duidelijk verbeterpunten zijn voor de overdracht in de Nederlandse kinderdagopvang.