Sterke samenwerkingen tussen leerkrachten en opvoeders zijn van groot belang voor de schoolprestaties en het welzijn van kinderen, en zorgen bovendien voor wederzijds begrip tussen opvoeders en leraren. Leraren spelen hierin een sleutelrol: hun houding ten opzichte van ouders en hun communicatievaardigheden zijn cruciaal. Vooral het vermogen om om te gaan met culturele en sociale diversiteit blijkt belangrijk voor succesvolle samenwerkingen. In Nederland zijn er wel nationale standaarden voor oudercommunicatie in het onderwijs, maar in de praktijk worden deze vaak nog niet gehaald. Dit komt deels door verschillen in professionele identiteit van leraren, die gevormd wordt door hun persoonlijke achtergrond, ervaringen en opleiding. Deze studie richt zich op de vraag hoe de opleiding van beginnend leerkrachten bijdragen aan hun houding en vaardigheden in het samenwerken met ouders. Dit onderzoek biedt inzichten over opleiding en training die ook relevant zijn voor de kinderopvang.
Drie willekeurige Nederlandse PABO’s werden geselecteerd voor dit onderzoek. De onderzoekers verzamelden cursusmateriaal en opdrachten om zicht te krijgen op de inhoud van de opleiding. Van elke opleiding werd de programma coördinator geïnterviewd en 545 studenten vulden een vragenlijst in, over competenties, houdingen en persoonlijke achtergrond. Ook werd nagegaan hoe betrokken de ouders van de studenten vroeger zelf waren bij hun school. Door analyses werd onderzocht hoe de opleiding en de achtergrond van studenten samenhangen met hun vaardigheden en houding ten opzichte van oudercontact.
Alle geselecteerde opleidingen besteedden aandacht aan oudercommunicatie, zowel in cursussen als in stages. Hoewel PABO-studenten een positieve houding hadden ten opzichte van opvoeders, rapporteerden ze vrij lage competentie in het voeren van gesprekken. Studenten met betrokken ouders tijdens hun eigen schooltijd bleken positiever te denken over ouderbetrokkenheid, ongeacht hun opleiding. Deze houding is dus sterker geworteld in de persoonlijke achtergrond dan in het curriculum. Dit roept vragen op over de effectiviteit van de huidige aanpak binnen de opleidingen: hoewel veel aandacht wordt besteed aan oudercommunicatie, lijkt de manier waarop dit vaak gebeurt (vaak praktische gespreksvaardigheden) onvoldoende effect te hebben op het bredere begrip van ouderpartnerschap.
De onderzoekers concluderen dat oudercommunicatie niet als los vak onderdeel moet worden aangeboden, maar geïntegreerd moeten worden in bredere pedagogische vorming. Studenten moeten leren om ouderbetrokkenheid te zien als essentieel voor het welzijn en de ontwikkeling van het kind, niet alleen als vaardigheid in een oudergesprek. Er is nog te weinig aandacht voor het belang van sterk partnerschap tussen leerkrachten en opvoeders. Zij adviseren om in het trainen van professionals het oefenen van communicatieve vaardigheden te combineren met het aanleren van de wetenschappelijke kennis over de waarde en relevantie van een sterke samenwerking tussen professionals en opvoeders.